vvog, vereniging voor openbaar groen


waardebepaling bomen
Actuele eenheidsprijs [2017]
5,43 euro/cm2

GROENCONTACT > inhoud jg. 2010 ... 2017 > Kunnen wij blijven sollen met waardevolle bomen?

2017/1

Ik heb in mijn editoriaal al meermaals geschreven over de juridische bescherming van bomen, met
name voor situaties waarbij de artikels 35 tot 37 van het Veldwetboek van 1886 worden ingeroepen.
Iedereen binnen het vakgebied kent deze wetgeving die betrekking heeft op de afstand van bomen
tot de perceelsgrens en de hinder die veroorzaakt wordt door overhangende takken en doorschietende
wortels.

In veel gevallen biedt de hedendaagse interpretatie van deze ‘oude’ (verouderde?) wet echter geen bescherming voor bomen, integendeel. En dan heb ik het vooral over de bescherming van waardevolle grote bomen die met hun kruinen over de perceelsgrenzen groeien en met hun wortels tot in de bodem van de nabuur reiken.

In dit verband is het niet zozeer de afstandsregel van twee meter die problematisch is. Voor oude bomen biedt de dertigjarige verjaring uiteraard voldoende soelaas. Bovendien blijkt uit recente vonnissen dat rechters meer en meer oog hebben voor de ecologische en maatschappelijke waarde van grote bomen en vaker rechtsmisbruik inroepen om bomen te beschermen. Zelfs als ze te dicht bij de perceelsgrens staan.

Grotere problemen zijn er met de interpretatie van artikel 37 dat bepaalt dat de nabuur doorschietende wortels zelf mag ‘afhakken’ en kan eisen dat overhangende takken worden ‘afgesneden’. Dit artikel van het Veldwetboek is vrij absoluut en er is geen mogelijkheid om verjaring in te roepen.

Vooral het onbesuisd verwijderen van de wortels is problematisch. Dit werd onlangs nog maar eens duidelijk bij het lezen van een recent vonnis over een geschil waarbij tientallen bomen bedreigd worden door grootschalige bouwwerken. Onder meer staat het voortbestaan van een waardevolle Sequoia sempervirens op het spel.

Uit het vonnis blijkt dat de projectontwikkelaars het absoluut recht hebben om de wortels af te hakken en bijgevolg geen preventieve maatregelen moeten nemen voor het behoud van de bomen op het aangrenzende perceel. Ook stipuleert het vonnis dat de eigenaars van de waardevolle boksboom op geen enkele manier een schadevergoeding kunnen afdwingen wanneer de boom in de komende jaren zou afsterven.

Volgens professor Mathieu Muylle (VUB) laat de huidige formulering van het Veldwetboek weinig nuancering toe. De rechter oordeelde op basis van de vigerende wetgeving en ging uit van het recht van de projectontwikkelaars om graafwerken uit te voeren tot aan de perceelsgrens. In het Veldwetboek staat ook nergens dat er een compensatie moet voorzien worden voor de schade aan bomen bij het verwijderen van de wortels.

De vraag kan gesteld worden of de regels van het Veldwetboek nog correct zijn en moreel gezaghebbend. Indien het antwoord op deze vraag negatief is, is de enige oplossing een wettelijk ingrijpen. Ik zou in dat geval de wetgever aanraden om eens na te gaan hoe het zat met de ‘geest van de wet’ in 1886. Er is immers een wezenlijk verschil tussen het afhakken van dertig jaar oude trekwortels en het wegploegen van eenjarige boomworteltjes.

Jos De wael
hoofdredacteur


Reageren op deze Groen in de Marge kan u op E-mailadres jos.de.wael@vvog.info
Zend ons gerust uw eigen mening over deze tekst!




vereniging voor openbaar groen leden login contacteer de vereniging voor openbaar groen via email 050/33.21.33 telefoonnummer vereniging voor openbaar groen






Openbaargroen.be

VMM

Week avn de Bij





VVSG



Landmax

Thomas

Best Selectl

De Ceuster


Willaert